Als de bal van een speler per ongeluk wordt afgebogen of gestopt door een tegenstander, zijn caddie of zijn uitrusting (bal afgebogen in hole play), wordt dit niet bestraft. De speler mag, voordat een andere slag is gespeeld door een van beide partijen, de slag annuleren en zonder straf een bal spelen zo dicht mogelijk bij de plaats vanwaar de oorspronkelijke bal het laatst werd gespeeld (zie Regel 20-5) of de bal spelen zoals hij ligt.
Als de speler de STROKE niet wil annuleren en de bal tot rust is gekomen in of op de kleding van de tegenstander, zijn caddie of op zijn uitrusting, dan moet de bal op de green geplaatst worden zo dicht mogelijk bij het punt onmiddellijk onder de plaats waar de bal tot rust kwam in of op het voorwerp, maar niet dichter bij de hole, in het terrein of in een hindernis.
Uitzondering: Als de bal de persoon raakt die de vlaggenstok hanteert of omhoog houdt of iets dat door hen gedragen wordt - zie Regel 17-3b. (Bal opzettelijk afgebogen of vertraagd door tegenstander of caddie - zie Regel 1-2).
Status: 2018