Als de bal van een speler per ongeluk wordt afgebogen of gestopt door hemzelf, zijn partner of een van hun caddies of uitrusting, krijgt de speler één STROKE. De bal moet gespeeld worden zoals hij ligt, tenzij hij tot stilstand komt in of op de kleding of uitrusting van de speler, zijn partner of één van hun caddies. In dit geval moet de bal op de green worden gedropt zo dicht mogelijk bij het punt direct onder de plaats waar de bal in of op het voorwerp tot rust kwam, maar niet dichter bij de hole, in het terrein of in een hindernis obstakel.
Uitzondering 1: Als de bal de persoon raakt die de vlaggenstok hanteert of vasthoudt of iets dat door hen gedragen wordt - zie Regel 17-3b.
Uitzondering 2: De bal laat vallen - zie Regel 20-2a. (Bal afgeketst of opzettelijk of vertraagd door speler, partner of caddie - zie Regel 1-2).
Status: 2018